Een zorgboerderij heeft te maken met regels uit de wereld van zorg, agrarische bedrijfsvoering, Arbo-eisen en algemene regels omtrent ruimtelijke ordening.  

Agrarische bedrijfsvoering

Een werkend agrarisch bedrijf heeft te maken met allerlei wet- en regelgeving. Denk aan regels omtrent registratie, huisvesting en verzorging van dieren, gebruik van middelen, gebruik van mest, opgave van bouwplannen, enzovoort. Heb je deze kennis niet in huis? Overweeg dan een opleiding.

Zorg

Welke opleiding en voorschriften je moet hebben of naleven in de zorg, hangt van je doelgroep af. Voer je verpleegkundige handelingen uit, zoals het geven van injecties, dan is er een passende opleiding voor nodig. Gefe je dagbesteding aan verstandelijk beperkten, dan is een opleiding niet verplicht, wel gewenst. Ook zijn er algemene hygiëne-eisen en voorschriften ter voorkoming van zoönosen (op mensen overdraagbare dierziekten).  

Arbo-eisen

De Arbeidsomstandighedenwet (ARBO-wet) regelt de zorg voor goede arbeidsomstandigheden op bedrijven in Nederland. Niet alleen voor bedrijven met vast personeel in dienst, maar ook voor agrarische bedrijven waar incidenteel seizoenskrachten, bedrijfsverzorgers, familieleden, stagiaires of loonwerkers meewerken. Als ondernemer ben je verantwoordelijk voor goede arbeidsomstandigheden op het bedrijf.

Formeel is op ieder bedrijf waar sprake is van een gezagsverhouding de ARBO-wet van toepassing. Daarnaast ben je als ondernemer, volgens het Burgerlijk Wetboek, in meer algemene zin verantwoordelijk voor de veiligheid van derden op je bedrijf. In de praktijk heeft een grote meerderheid van de agrarische bedrijven dus met deze wet te maken. Dat geldt zeker ook voor zorgboerderijen.

Ruimtelijke ordening

Een zorgboerderij moet rekening houden met het ruimtelijk beleid van de overheid. De Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) vormt hiervoor de basis. Het Rijk en de provincies bepalen in grote lijnen wat er in het buitengebied wel en niet mag. Binnen deze grote lijnen bepaalt elke gemeente zelf hoe dit wordt ingevuld. De gemeente legt dit vast in een bestemmingsplan.

Gemeenten zijn verplicht om voor het buitengebied een bestemmingsplan te maken. Voor gebieden binnen de bebouwde kom hoeft dit niet. In het bestemmingsplan staat per perceel aangegeven welke bestemming het desbetreffende perceel heeft, bijvoorbeeld een woonfunctie of een agrarische functie.

Wanneer een perceel een agrarische bestemming heeft, mag er alleen gewoond worden door de agrarisch ondernemer en niet door anderen. Verder geeft het bestemmingsplan bijvoorbeeld aan hoe groot de bebouwing op het perceel mag zijn. Iedereen die plannen heeft voor het opzetten van een zorgboerderij doet er verstandig aan te kijken of dit binnen het bestemmingsplan past. Zo niet, dan kan een wijziging worden aangevraagd. Hou er daarbij rekening mee dat dit soort planologische procedures tijdrovend zijn.